De Zaligsprekingen – Mattheüs 5:1-12
Mattheüs is opgebouwd volgens het zogenaamde principe van daden en woorden. Hoofdstuk 1 tot en met 4 gaat vooral over handelen. Vanaf hoofdstuk 5 tot en met 7 zien we juist veel onderwijs en woorden van Yeshua. Daarom is het goed om zorgvuldig te lezen wat er staat en met welke bril we kijken. Deze keer staan vers 1 tot en met 12 centraal. Ik wil daar een soort dialoogvorm van maken.
Wanneer we de Bergleer goed lezen, krijgen we er als christenen behoorlijk wat wetten en richtlijnen bij. Veel uitleggers zijn het erover eens dat de wet hier niet wordt afgeschaft, maar juist wordt verdiept en aangescherpt. Daarom willen we daar met een open hart naar kijken. Wanneer een Jood leest over een berg (in sommige handschriften zelfs “dé Berg”) denkt hij direct aan de wetgeving op de berg Horeb.
In de Bergleer zien we Yeshua staan als een echte rabbi. Hij spreekt met kennis en gezag vanuit het Woord. Sommige christenen maken een tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Ook bij gereformeerde verklaarders zien we soms een tegenstelling in de uitleg van deze verzen: een berg van de wet tegenover een berg van de zaligsprekingen.
Yeshua heeft nooit één keer gepreekt uit het Nieuwe Testament, want dat bestond toen nog helemaal niet. Alle woorden van genade en barmhartigheid komen rechtstreeks uit het Oude Testament. Alleen al de term “Oude Testament” suggereert soms alsof het niet meer goed of bruikbaar zou zijn. Alsof we nu iets nieuws en beters hebben gekregen.
Het bijzondere is dat deze termen ontstonden vlak nadat Marcion als ketter was veroordeeld. Marcion maakte namelijk een onderscheid tussen de God van het Oude Testament en de God van het Nieuwe Testament. Volgens hem was de God van het Oude Testament streng en bloeddorstig, terwijl de God van het Nieuwe Testament juist genadig zou zijn. Hij werd uiteindelijk als ketter veroordeeld, maar zijn gedachtegoed bleef toch invloed houden.
Kort daarna zien we in de geschiedenis een monnik opstaan die de termen “Oude Testament” en “Nieuwe Testament” introduceerde. Daarvoor spraken zowel Joden als heidenen in de eerste eeuwen gewoon over “de Schriften”. Vanaf dat moment ontstond er steeds meer een scheiding in het denken. Ook vandaag merken we dat nog volop, zelfs binnen onze eigen gemeenten. Wat geldt nu wel voor christenen en wat alleen voor Joden? Is er überhaupt wel zo’n onderscheid? Terwijl we verder door deze hoofdstukken gaan, willen we daar voorzichtig samen naar kijken.
Zoals ik al zei: Yeshua klom op dé Berg. Hij ging zitten en Zijn discipelen kwamen aan Zijn voeten zitten om onderwijs te ontvangen. “Aan iemands voeten zitten” was in die tijd een bekende manier om te spreken over het ontvangen van onderwijs. We zien dit ook bij Paulus, die zegt dat hij aan de voeten van Gamaliël heeft gezeten. Yeshua zei Zelf ook: “Dagelijks zat Ik in de tempel te leren.”
Gelijkenissen of Schriftgedeelten werden meestal staand voorgedragen. Dat zien we bijvoorbeeld in Lukas 4:16. In vers 2 lezen we: “En Zijn mond geopend hebbende…” Ook dat is een typisch Hebreeuwse manier van spreken. In Psalm 81:11 komen we dezelfde uitdrukking tegen. In het Nederlands gebruiken wij die manier van spreken eigenlijk niet meer. Ook hierin zien we de nauwkeurigheid van de Statenvertaling. Daarom spreken we eigenlijk beter over de Bergleer dan over de Bergrede. De mensen stonden namelijk versteld van Zijn leer (Mattheüs 7:28) en niet van Zijn redevoering.
Nog een laatste opmerking voordat we naar de zaligsprekingen kijken: we zien drie keer het woord “hemelen” of “Koninkrijk der hemelen” terugkomen in vers 3, 10 en 12. Wat betekent dat eigenlijk?
Het is een Hebreeuwse manier van spreken over God. Net zoals aanduidingen als:
- de Hooggeprezene,
- Zijn Naam,
- onze Vader,
- de Barmhartige.
Dat zijn allemaal manieren om naar God te verwijzen. Wanneer je in Mattheüs het woord “hemel” leest, kijk dan altijd goed naar de context. Soms gaat het letterlijk over de hemel, maar vaak ook gewoon over God Zelf. Het eerste woord “zalig” verwijst direct naar het eerste woord van Psalm 1: “Welgelukzalig…”. De Psalmen zijn de gebeden van het Joodse volk. We zien dat de Psalmen voortdurend worden geciteerd en toegepast op het volk dat voor Yeshuah zat.
Laten we eens kijken welke Psalmen aansluiten bij de zaligsprekingen. Ik noem vier voorbeelden; de rest mag iedereen thuis verder opzoeken.
Vers 3
Psalm 41:2:
“Welgelukzalig is hij die zich verstandig gedraagt tegenover een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads.”
Vers 4
Psalm 34:19:
“De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest.”
Vers 5
Psalm 126:5:
“Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.”
Vers 6
Psalm 24:3-4:
“Wie zal klimmen op de berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats van Zijn heiligheid? Hij die rein van handen en zuiver van hart is…”
Zo zien we dus dat Yeshua al Zijn onderwijs uit de Schriften haalt. Deze teksten worden vaak zwaar en somber gepreekt. Maar je zou het woord “zalig” ook kunnen vertalen met: “O, wat gelukkig!”
Alsof Yeshua zegt: “Let op, hier zit een geheim in.”
Voordat Yeshuah de wet gaat uitleggen, laat Hij eerst de liefde van Zijn Vader zien. Precies hetzelfde zien we bij de Sinaï. Eerst komen de beloften, daarna de voorschriften. De Bijbelse lezer ziet het houden van Gods wet niet als iets zwaars, maar juist als een uiting van liefde. In Mattheüs 4:12 lezen we ondertussen dat Johannes de Doper gevangen is genomen. Johannes was iets ouder dan Yeshuah en nog maar net begonnen met zijn bediening. Hij had geweldige geestelijke ervaringen meegemaakt en bijzondere bevestiging ontvangen op zijn roeping. Wat moet dat hem enorm hebben bemoedigd. En dan ineens wordt hij gevangen genomen. We weten ook hoe zijn leven uiteindelijk eindigde: hij werd onthoofd.
De mensen die naar Yeshua luisterden waren Galileeërs. Zij werden gezien als een veracht en minderwaardig volk. We hoeven dit niet direct alleen geestelijk te maken. Ook in ons eigen leven kunnen situaties ontstaan die we niet begrijpen. Dat zagen we bij Johannes de Doper. Eerst ziet hij de hemel geopend, hoort hij Gods stem en ziet hij de bevestiging van de Drie-eenheid. En korte tijd later zit hij diep in de problemen. Zó diep zelfs dat hij begint te twijfelen: “Bent U Degene Die komen zou, of verwachten wij een ander?”
Dat herkennen wij misschien ook. Wij zijn mensen van gelijke natuur. Ziekte, verlies van een dierbare, het verliezen van werk of bedrijf, het niet halen van een opleiding, het kan ons fundament doen schudden.
Soms zelfs zo erg dat we gaan twijfelen of iets ooit wel van God is geweest, of dat we misschien onze eigen weg zijn gegaan. O, wat gelukkig ben je dan wanneer je alles bij Yeshua mag neerleggen. Zijn de problemen dan direct weg? Verdwijnt de ziekte dan meteen? Heb je ineens wel een diploma? Komt je bedrijf dan zomaar terug?
Nee.
Wanneer je Yeshua liefhebt, betekent dat niet automatisch dat je leven ineens over rozen gaat. Tegenwoordig hoor je soms: “Volg Jezus en je zult slagen in alles.”. En als het niet lukt, zou je geloof te klein zijn. Dat is echter onzin. Wanneer we ons werkelijk inspannen om naar Gods wil te leven, ontdekken we juist hoe arm van geest we zijn.
Yeshua is Degene Die onze tekorten aanvult.